Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:907

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2014
Publicatiedatum
15 april 2014
Zaaknummer
12/04453
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Den Haag

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 april 2012. Het beroep richtte zich onder meer op de motivering van de bewezenverklaring en de verbeurdverklaring van een geldbedrag.

De Hoge Raad heeft bij een eerder arrest geoordeeld dat de klacht over de motivering van de bewezenverklaring niet tot cassatie kan leiden. De Advocaat-Generaal is vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de klacht met betrekking tot de verbeurdverklaring.

Na aanvullende conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep, oordeelt de Hoge Raad dat ook het overige middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, RO, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.

De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep en bevestigt het arrest van het Gerechtshof. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest Gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

15 april 2014
Strafkamer
nr. S 12/04453
CB/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 april 2012, nummer 22/000212-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

1.1.
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. van Stratum, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
1.2.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:127, geoordeeld dat de klacht van het middel dat het Hof de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde onvoldoende met redenen heeft omkleed niet tot cassatie kan leiden en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de klacht met betrekking tot de verbeurdverklaring van het geldbedrag.
1.3.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel voor het overige

Ook voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 april 2014.