Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van het middel
3.Beslissing
verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 januari 2014;
21 januari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake witwassen. De verdachte werd op 11 november 2009 aangehouden met ruim vijf kilo hennep en een geldbedrag van 14.500 euro in coupures van 500 euro, waarvan het hof aannam dat het geld afkomstig was uit een misdrijf en dat de verdachte daarvan op de hoogte was.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van de verdachte, verklaringen van medeverdachte en getuigen, en diverse proces-verbalen van de politie. De verdachte stelde dat hij de tas met hennep en geld op straat had gevonden, maar het hof achtte deze verklaring niet geloofwaardig en concludeerde dat het vermoeden van illegale herkomst van het geld niet was ontkracht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is. Wel vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het gaat over de verbeurdverklaring en strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof om de Advocaat-Generaal alsnog in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de klacht omtrent de verbeurdverklaring.
De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 28 januari 2014 en verdere beslissing wordt aangehouden. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het gaat over de bewezenverklaring en strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de verbeurdverklaring.