Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
21 april 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 30 augustus 2013 op Schiphol werd aangehouden met vervalste Japanse documenten. Na zijn aanhouding vroeg hij asiel aan in Nederland, waarvan de eerste aanvraag nog niet onherroepelijk was afgewezen. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat een vreemdeling niet vervolgd mag worden wegens bezit of gebruik van vervalste documenten in het kader van zijn vlucht zolang de eerste asielaanvraag in Nederland niet onherroepelijk is afgewezen. Dit voorkomt tegenstrijdige uitspraken tussen strafrechter en bestuursrechter en beschermt de vluchtelingenstatus van de verdachte.
De Hoge Raad wijst ook het verweer af dat het hof ten onrechte niet heeft onderzocht of de verdachte de vervalste documenten onmiskenbaar heeft aangewend tijdens zijn vlucht. In deze situatie is dat onderzoek niet aan de strafrechter, maar aan het bestuursrecht voorbehouden. Het beroep van het Openbaar Ministerie wordt verworpen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging omdat de eerste asielaanvraag van de verdachte in Nederland nog niet onherroepelijk was afgewezen.