Uitspraak
gevestigd te Nijmegen,
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 januari 2015.
Hoge Raad
De Stichting Katholieke Universiteit stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2013, waarin het ontslag op staande voet van een werknemer in een leidinggevende functie wegens onzorgvuldig declaratiegedrag werd beoordeeld. De feiten en eerdere vonnissen van de kantonrechter te Nijmegen vormden het kader van het geding.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overwoog dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens wees de Hoge Raad op de mogelijkheid voor de werknemer om na nietigheid van het ontslag een schadestaatprocedure te starten om bijkomende schade te vorderen.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de Stichting en veroordeelde haar in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij de raadsheer G. de Groot het arrest openbaar uitsprak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.