ECLI:NL:HR:2015:114

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2015
Publicatiedatum
23 januari 2015
Zaaknummer
14/00693
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:677 BWArt. 7:678 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling ontslag op staande voet wegens onzorgvuldig declaratiegedrag werknemer in leidinggevende functie

De Stichting Katholieke Universiteit stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2013, waarin het ontslag op staande voet van een werknemer in een leidinggevende functie wegens onzorgvuldig declaratiegedrag werd beoordeeld. De feiten en eerdere vonnissen van de kantonrechter te Nijmegen vormden het kader van het geding.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overwoog dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens wees de Hoge Raad op de mogelijkheid voor de werknemer om na nietigheid van het ontslag een schadestaatprocedure te starten om bijkomende schade te vorderen.

De Hoge Raad verwierp het beroep van de Stichting en veroordeelde haar in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad, waarbij de raadsheer G. de Groot het arrest openbaar uitsprak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

23 januari 2015
Eerste Kamer
nr. 14/00693
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT,
gevestigd te Nijmegen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 627300\CV EXPL 09-55503 van de kantonrechter te Nijmegen van 16 juli 2010, 18 maart 2011, 2 december 2011 en 23 maart 2012;
b. het arrest in de zaak 200.108.275 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de Stichting heeft bij brief van 28 november 2014 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
23 januari 2015.