Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
16 juni 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het opzettelijk schenden van een geheim als bedoeld in art. 272 Sr Pro. De verdachte, destijds rechercheur, had vertrouwelijke politie-informatie doorgegeven aan een medeverdachte, die deze informatie vervolgens aan zijn raadsman doorgaf.
De kern van het geschil was of de (deels) gefingeerde informatie over een ontmoeting tussen twee betrokkenen in het criminele milieu als een geheim kon worden aangemerkt dat bescherming verdient onder art. 272 Sr Pro. De verdediging stelde dat fictieve informatie geen geheim kon zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat ook fictieve informatie als een geheim kan gelden, mits deze bestemd is om niet verder bekend te worden gemaakt. Het hof had vastgesteld dat dit het geval was, waardoor het cassatieberoep werd verworpen.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering voor de overige middelen en wees het beroep af. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 16 juni 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de veroordeling voor het opzettelijk schenden van een geheim blijft in stand.