Belanghebbende produceert en levert kweekvloeistof met sporen van psilocybe paddenstoelen, verpakt in injectiespuiten, bestemd voor de teelt van deze paddo's. Het geschil betrof het toepasselijke btw-tarief: verlaagd of algemeen.
Het Hof oordeelde dat het algemene tarief van toepassing was, omdat paddo's niet als eetwaren voor menselijke consumptie gelden en de vloeistof niet onder de relevante tabelposten viel. De Hoge Raad stelt echter vast dat paddo's wel als eetbare voedingsmiddelen moeten worden aangemerkt, ondanks hun hallucinerende werking.
Verder kwalificeert de Hoge Raad de sporen als land- en tuinbouwzaden die onder het verlaagde tarief vallen volgens de Wet OB. Dit geldt ook al is de levering aan niet-landbouwers en zijn de paddenstoelen verboden krachtens de Opiumwet. De naheffingsaanslag en heffingsrente worden vernietigd en de zaak wordt door de Hoge Raad zelf afgedaan.