ECLI:NL:HR:2015:1859

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
9 juli 2015
Zaaknummer
15/00619
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende en zijn partner deden een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht in een zaak over een aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over 2011. De Raad voor Rechtsbijstand verstrekte gegevens over hun inkomen en vermogen, waaruit bleek dat het beroep op betalingsonmacht niet gegrond was. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij brief op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken.

Ondanks meerdere aanmaningen en de mededeling dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard, werd het griffierecht niet voldaan. Belanghebbende gaf geen gegronde reden voor het niet tijdig betalen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad oordeelde verder dat er geen aanleiding was om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Schaap, Fierstra en Groeneveld en uitgesproken op 10 juli 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

10 juli 2015
Nr. 15/00619
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 8 januari 2015, nr. 14/00582, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Hof betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Belanghebbende en zijn partner ([A]) hebben ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
Na ambtshalve van de Raad voor rechtsbijstand verkregen gegevens omtrent het inkomen en vermogen van belanghebbende en zijn partner, waarvan niet is gebleken dat die gegevens niet meer actueel zijn, heeft de griffier van de Hoge Raad bij brief van 23 april 2015 het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in die brief meegedeeld dat vanwege de samenhang van de door belanghebbende en zijn partner aanhangig gemaakte zaken met nrs. 15/00619 en 15/00621, slechts eenmaal een bedrag van € 123 aan griffierecht zal worden geheven en dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht beide voormelde zaken niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 april 2015 met kenmerk 15/00619, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, vervolgens gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 1 juni 2015 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 9 juni 2015 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.