ECLI:NL:HR:2015:225

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2015
Publicatiedatum
5 februari 2015
Zaaknummer
11/00454
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over dividendbelasting na beroep in cassatie

TBG Limited, als rechtsopvolger van A Holdings N.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 16 december 2010, waarin een geschil over een op aangifte afgedragen bedrag aan dividendbelasting werd behandeld.

De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en de Advocaat-Generaal concludeerde tweemaal tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. TBG Limited reageerde schriftelijk op beide conclusies en op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de gevoegde zaken C-24/12 en C-27/12.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werden geen proceskosten aan TBG Limited toegekend. Het arrest werd op 6 februari 2015 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van TBG Limited wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

6 februari 2015
Nr. 11/00454
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
TBG Limitedte
[Z], Malta (als rechtsopvolger van [A] Holdings N.V.; hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 16 december 2010, nr. 09/00148, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/5014) betreffende een op aangifte afgedragen bedrag aan dividendbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 19 augustus 2011 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
Belanghebbende heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op het arrest van 5 juni 2014, X B.V. en TBG Limited, gevoegde zaken C-24/12 en C‑27/12, van het Hof van Justitie van de Europese Unie, BNB 2014/187.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 2 oktober 2014 nader geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd op de nadere conclusie van de Advocaat-Generaal.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. het heden in de zaak met nummer 11/00453, ECLI:NL:HR:2015:121, tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2015.