ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0303
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing dividendbelasting op dividenduitkering aan Antilliaanse aandeelhouder
In deze zaak stond de vraag centraal of de inhouding van dividendbelasting op een dividenduitkering aan een aandeelhouder gevestigd in de Nederlandse Antillen in strijd is met de vrijheid van kapitaalverkeer zoals bedoeld in artikel 56 van Pro het EG-Verdrag. De Nederlandse dochtervennootschap had dividend uitgekeerd aan haar Antilliaanse moedermaatschappij, waarbij dividendbelasting werd ingehouden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze inhouding, maar dit werd door de inspecteur en de rechtbank afgewezen.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en overwoog dat de Nederlandse Antillen vanuit het perspectief van het EG-Verdrag niet als een derde land worden aangemerkt, maar onderdeel zijn van dezelfde volkenrechtelijke entiteit, het Koninkrijk der Nederlanden. Hierdoor geldt de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen als een interne situatie, waarop de vrijheden van het EG-Verdrag, waaronder artikel 56 over Pro kapitaalverkeer, niet van toepassing zijn.
Het hof oordeelde verder dat het LGO-Besluit 2001, dat regels bevat over de associatie van landen en gebieden overzee met de Europese Gemeenschap, niet van toepassing is op de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. De dividendbelasting is daarom terecht geheven en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de derde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 16 december 2010, waarbij geen kosten werden toegewezen aan partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dividendbelastingheffing bevestigd.