Conclusie
3.Het eerste middel
herziening.
4.Het tweede middel
Art. 107 WVW Pro 1994 houdt - kort gezegd - in een verbod om een voertuig te besturen zonder rijbewijs.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het besturen van een motorrijtuig onder invloed van alcohol en zonder rijbewijs. Hij stelde in hoger beroep dat het ademonderzoek niet rechtsgeldig was uitgevoerd omdat de opsporingsambtenaar die het ademanalyseapparaat bediende niet over de vereiste kennis en vaardigheden beschikte. De verdediging voerde aan dat het ontbreken van een certificaat en andere procedurele onregelmatigheden het resultaat onbetrouwbaar maakten.
Het hof oordeelde dat het ademonderzoek was uitgevoerd door een opsporingsambtenaar, zoals vereist in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, en dat er geen feiten waren aangevoerd die aannemelijk maakten dat deze niet over de benodigde deskundigheid beschikte. Het hof verwierp het betoog dat het ontbreken van een certificaat tot twijfel over de betrouwbaarheid van het resultaat leidde.
Verder behandelde het hof de vraag of sprake was van eendaadse samenloop van feiten (rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs) en oordeelde dat de strafbepalingen een verschillende strekking hebben en de feiten niet zodanig met elkaar verweven zijn dat sprake is van één feit. De verdediging verzocht om enkelvoudige kwalificatie, maar dit werd afgewezen.
Ten slotte werd de strafoplegging gemotiveerd, waarbij het hof rekening hield met eerdere veroordelingen van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. De verdediging klaagde dat het hof niet expliciet rekening had gehouden met art. 63 Sr Pro, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim de verdachte niet heeft geschaad. Alle middelen van cassatie werden verworpen en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor rijden onder invloed zonder rijbewijs.