Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
15 september 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, wegens diefstal met gebruik van een valse sleutel. Het hof motiveerde de straf onder meer met de aard en ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en eerdere veroordelingen.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met artikel 359, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft nagelaten om in het arrest specifiek te motiveren waarom een vrijheidsbenemende straf werd opgelegd. De motivering bleef te algemeen en voldeed niet aan de wettelijke vereisten.
Hoewel de Hoge Raad geen aanleiding zag om het gehele arrest te vernietigen, oordeelde hij dat de strafoplegging vernietigd moest worden en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe strafoplegging met een deugdelijke motivering. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.