Conclusie
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, richt zich tegen de veroordeling bij verstek van verzoekster. Het middel bevat de klacht dat het Hof:
tweede middel, in samenhang met de toelichting daarop gelezen, behelst de klacht dat het Hof ontoereikend heeft gemotiveerd dat sprake is geweest van een valse sleutel zodat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. Daartoe wordt in cassatie aangevoerd dat verzoekster in beginsel – ik merk hier reeds op dat daarin nu net de crux zit - gerechtigd was om gebruik te maken van de pinpas en de bijbehorende pincode en derhalve niet kan worden vastgesteld dat gebruik is gemaakt van een valse sleutel.
derde middelbehelst de klacht dat het Hof verzuimd heeft te motiveren waarom het een gevangenisstraf heeft opgelegd voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, nu een extra overweging “dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt” ontbreekt. [5] De steller van het middel lijkt op het eerste gezicht hier een punt te hebben.