Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 september 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil over kinderalimentatie centraal, waarbij de draagkracht van de man werd betwist. De procedure begon bij de rechtbank Noord-Holland en werd voortgezet bij het gerechtshof Amsterdam, waarvan de beschikking aan het arrest is gehecht.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van het hof, terwijl de man geen verweerschrift indiende. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De vrouw klaagde onder meer over het overleggen van nieuwe stukken nadat haar advocaat zich had onttrokken en over de toepassing van verplichte procesvertegenwoordiging.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee het oordeel van het gerechtshof. De beschikking werd gegeven door de vice-president Bakels en raadsheren Heisterkamp, de Groot, van den Brink en Tanja-van den Broek.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het oordeel van het gerechtshof bevestigd.