Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
22 december 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift van klager tegen het beslag op een horloge van het merk Breitling en een geldbedrag van € 2.071,55, gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro in een strafzaak die verband houdt met een verdenking van hennepkwekerij.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het klaagschrift ongegrond en handhaafde het beslag, stellende dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzette, mede vanwege de aankondiging van het Openbaar Ministerie om het beslag om te zetten in een conservatoir beslag op grond van artikel 94a Sv.
De raadsman van klager voerde aan dat er geen strafvorderlijk belang was omdat nog geen ontnemingsvordering was ingediend en klager geen betrokkenheid bij strafbare feiten had. Ook werden bewijsstukken overgelegd waaruit bleek dat het horloge en het geldbedrag rechtmatig eigendom van klager waren.
De Hoge Raad oordeelde dat het belang van strafvordering onvoldoende was gemotiveerd en dat de aankondiging van een toekomstige omzetting van het beslag geen zelfstandig belang vormt om teruggave te weigeren. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor herbeoordeling op het bestaande klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van het beslag op horloge en geldbedrag.