Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
20 januari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen jeugddetentie. De Hoge Raad oordeelt dat het strafrecht voor jeugdigen is toegepast en constateert dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgt dit advies en stelt vast dat het middel geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Desondanks leidt de overschrijding van de redelijke termijn tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde straf.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende jeugddetentie. De taakstraf wordt verminderd tot 114 uren en de jeugddetentie tot 57 dagen. Voor het overige wordt het beroep verworpen. Hiermee wordt recht gedaan aan het beginsel van een redelijke termijn in strafzaken.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 114 uren en de jeugddetentie tot 57 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.