Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 januari 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 20 januari 2015 het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 november 2013 vernietigd wegens onjuiste verstekverlening tegen de verdachte. De verdachte was ten tijde van de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep opgenomen in het ziekenhuis en kon daardoor niet verschijnen op de terechtzitting. Dit was de rechter niet bekend.
Volgens vaste rechtspraak kan de rechter bij afwezigheid van de verdachte en zijn raadsman, en een rechtsgeldige betekening van de dagvaarding, uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Echter, indien achteraf blijkt dat de afwezigheid het gevolg was van ziekte, zonder dat de rechter daarvan op de hoogte was, is het verstek onjuist verleend.
De Hoge Raad oordeelde dat het belang van de verdachte om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn zaak groot is en dat hij daarom de mogelijkheid moet krijgen om zijn zaak alsnog in zijn tegenwoordigheid te laten behandelen. De zaak is terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onjuiste verstekverlening door ziekenhuisopname van verdachte.