Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
7 juni 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 7 juni 2016 uitspraak gedaan in een cassatieberoep betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in een strafzaak over handel in verdovende middelen. Het hof had het voordeel geschat op ruim 1,1 miljoen euro en de verdeling van dit voordeel toegerekend aan drie broers op basis van de hoogte van hun gevangenisstraffen, waarbij de betrokkene het hoogste bedrag kreeg vanwege zijn leidinggevende rol.
De betrokkene voerde aan dat zijn rol marginaal was en dat hem minder voordeel toe moest komen, maar het hof verwierp dit en oordeelde dat de strafmaat een redelijke en evenredige verdeelsleutel vormde. De rechtbank had een vergelijkbare redenering gevolgd en de strafmaat als indicatie voor de rol binnen de criminele organisatie gebruikt.
De Hoge Raad bevestigde dat bij meerdere daders de rechter op basis van alle omstandigheden, waaronder de rol van de daders en de strafoplegging, het voordeel kan toerekenen. Wel dient behoedzaamheid betracht te worden omdat strafmaat ook door andere factoren kan worden beïnvloed. Het hof had dit in acht genomen en het beroep van de betrokkene werd verworpen.
De zaak betreft medeplegen van diverse verboden handelingen met verdovende middelen, deelname aan een criminele organisatie, gijzeling en bedreiging. De opgelegde straf was zeven jaar gevangenisstraf, mede vanwege de ernst, de leidinggevende rol en het gewelddadige karakter van de feiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verdeelsleutel van het wederrechtelijk verkregen voordeel blijft gehandhaafd.