Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring, gebezigde bewijsmiddelen en kwalificatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
6.Beslissing
14 juni 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd meermalen betrapt op het kopiëren, inscannen en uitprinten van barcodes behorend bij goedkopere producten, die hij vervolgens op duurdere producten plakte om deze voor een lagere prijs af te rekenen bij Media Markt en Praxis. Bij doorzoekingen werden diverse sticker- en papiervellen met barcodes en computerbestanden met barcodes aangetroffen.
Het hof kwalificeerde deze handelingen als valsheid in geschrift, waarbij de barcode(sticker) werd aangemerkt als een geschrift in de zin van artikel 225 Sr Pro. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld dat de barcodes valselijk zijn opgemaakt, ook al betrof het kopieën of scans van bestaande barcodes.
De bewijsvoering bestond uit proces-verbalen van doorzoekingen, beslagleggingen, verhoren van getuigen en verdachte, en technische onderzoeken van computers en documenten met barcodes. De verdachte gebruikte de vervalste barcodes met het oogmerk om deze als echt te gebruiken en zo producten voor een lagere prijs te verkrijgen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de strafrechtelijke kwalificatie en het vonnis van het hof. Hoewel de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, werd geen rechtsgevolg aan deze overschrijding verbonden gezien de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor valsheid in geschrift met een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.