Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Bewezenverklaring en bewijsvoering
5.Beoordeling van de aanvraag
6.Beslissing
28 juni 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een vonnis van de Rechtbank Maastricht uit 2000, waarbij de verdachte werd vrijgesproken van doodslag, maar ter beschikkingstelling werd bevolen. Het incident betrof het losmaken en trappen tegen een luik van de Helpoort in Maastricht, dat vervolgens viel en een voorbijganger dodelijk raakte.
De herzieningsaanvraag baseerde zich op nieuw overgelegd technisch rapport en een hoofdstuk uit een boek, waarin werd betoogd dat het luik met minder kracht kon worden geopend en dat de schoenzoolafdruk mogelijk pas beneden op het luik was gezet. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze stukken geen nieuw, doorslaggevend bewijs bevatten dat het eerder vastgestelde feitelijke oordeel van de rechtbank uitsluit.
De Hoge Raad benadrukte dat het rapport niet de feitelijke toedracht weerlegt en dat de verklaring van de verdachte, de schoenzoolafdruk en de constructie van het luik door de rechtbank overtuigend zijn gewogen. Het boekhoofdstuk werd niet als een deskundigenrapport erkend en bevatte slechts een afwijkende mening, geen novum.
Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen conform artikel 470 Sv Pro, waarmee het eerdere vonnis ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt het eerdere vonnis.