Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
6 september 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van vuurwapens en andere voorwerpen bestemd voor het plegen van diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging. Op 14 november 2013 werd de verdachte samen met medeverdachten in een Volkswagen Golf aangehouden op de Apeldoornseweg te Arnhem, nadat zij met een technisch hulpmiddel in de auto waren gevolgd en de communicatie was opgenomen.
In het voertuig werden onder meer een Walther pistool, twee Skorpion machinepistolen (waarvan één doorgeladen), breekijzers, vuisthamers, verhullende kleding en tassen aangetroffen. De communicatie en het vluchtgedrag van de inzittenden wezen op een voorbereid plan met een crimineel doel, namelijk het plegen van diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging, gepland op een koopavond in Arnhem.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet op de hoogte was van de wapens en het criminele doel, maar het hof verwierp dit verweer gelet op de omstandigheden, bewijsmiddelen en het planmatige handelen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het criminele doel met voldoende bepaaldheid was vastgesteld.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van 36 maanden werd verminderd tot 34 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen en het arrest van het hof deels vernietigd.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 34 maanden, bewezenverklaring voorbereiding diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging bevestigd.