Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 september 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiseres cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 januari 2015, waarin het hof een uitspraak deed over beroepsaansprakelijkheid van opeenvolgende advocaten. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en stukken die aan het arrest zijn gehecht en beoordeelt het cassatiemiddel.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van eiseres en veroordeelt haar in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 4.208,34. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.