ECLI:NL:HR:2016:2183

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2016
Publicatiedatum
23 september 2016
Zaaknummer
15/04972
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:266 BW (oud)Art. 1:268 BW (oud)Art. 810a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontheffing uit ouderlijk gezag na uithuisplaatsing

In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof de ontheffing van het ouderlijk gezag na een periode van uithuisplaatsing bevestigde. De zaak betreft toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 1:266 en 1:268 van het oude Burgerlijk Wetboek, die betrekking hebben op ongeschiktheid of onmacht tot verzorging en opvoeding.

De vader verzocht tevens om een contra-expertise op grond van artikel 810a Rv, hetgeen door de Hoge Raad niet ontvankelijk werd verklaard. De moeder heeft een verweerschrift ingediend en de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling nopen. De Hoge Raad verwerpt daarom het beroep van de vader en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de ontheffing van het ouderlijk gezag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

23 september 2016
Eerste Kamer
15/04972
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
1. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Lelystad,
2. STICHTING SAMEN VEILIG FLEVOLAND, thans middels fusie opgegaan in Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Almere,
3. [de pleegouders],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen,
4. [de moeder],
woonplaats kiezende ten kantore van
haar advocaat,
VERWEERSTER in cassatie
advocaat: S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de Raad, de GI, de pleegouders en de moeder.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/16/369474 / FL RK 14-1099 van de rechtbank Midden-Nederland van 27 november 2014;
b. de beschikking in de zaak 200.165.881/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 augustus 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De moeder heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 16 juni 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
23 september 2016.