Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
16 februari 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag op een baby door schudden, het zogenoemde shaken baby syndroom.
Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld, met als advocaat mr. G. Spong. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het arrest werd gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.