Conclusie
Bewijsoverwegingen
: "bij het kind zijn tot de opname geen afwijkingen gezien en er is een duidelijke samenhang in de tijd tussen de val en- het optreden van de symptomen zoals hersenbloeding, epilepsie en ademhalingsproblemen (die passen bij epilepsie)."Voorts stelt Reiss dat voor een genetische oorzaak van de fracturen geen aanwijzing is gevonden bij de skeletstatus. Ook stelt Reiss dat er geen overtuigend bewijs is dat SSRI (de groep van geneesmiddelen waartoe paroxetine behoort), gebruik door de moeder tijdens de zwangerschap een verhoogd risico op hersenbloedingen bij het kind veroorzaakt. Het genotype van [slachtoffer] in combinatie met het gebruik van paroxetine is een mogelijke verklaring voor een verhoogde bloedingsneiging bij een trauma, maar is geen verklaring voor de metafysaire hoekfracturen.
2. Is de verdachte degene die het letsel heeft toegebracht?
3. Opzet
eerste middelklaagt dat het hof de verklaring van de verdachte, voor zover inhoudende dat hij met [slachtoffer] in zijn armen is gestruikeld en gevallen, tot het bewijs heeft gebezigd, terwijl het hof in zijn arrest heeft overwogen en geoordeeld dat het deze verklaring niet aannemelijk geworden acht en dat niet is gebleken van aanwijzingen dat zich een of meerdere gedragingen hebben voorgedaan met de verdachte en [slachtoffer] in de middag van 28 november 2012 die het geconstateerde hersenletsel bij [slachtoffer] hebben kunnen veroorzaken. Volgens de steller van het middel is daarmee het arrest, althans de bewezenverklaring onvoldoende met redenen omkleed.
voorafgaand dan wel na het incidentmet de verdachte en [slachtoffer] in de middag van 28 november 2012, die het geconstateerde toegebrachte hersenletsel bij [slachtoffer] hebben kunnen veroorzaken. Het hof gaat er daarmee vanuit dat die middag juist wél gedragingen hebben plaatsgevonden die de letsels bij [slachtoffer] hebben kunnen veroorzaken.
niet-accidenteel trauma” en dus niet als gevolg van een
“accidenteel trauma”, zoals een val.
Toen ben ik gestruikeld en gevallen met de jongen in mijn armen.” Aldus heeft het hof inderdaad een tegenstrijdigheid in de bewijsvoering teweeggebracht. In die verklaring deelt de verdachte immers mee dat hij is gestruikeld en gevallen, terwijl het hof heeft overwogen dat het de verklaring van de verdachte dat het incident met [slachtoffer] een val betrof nu juist niet geloofwaardig acht. Het middel klaagt daarover terecht.
“repeterend accelaratie-decelartietrauma”(heen en weer schudden, D.P.).
tweede middelklaagt dat het hof het door de verdediging gevoerde verweer dat het rapport van de (medisch) deskundige Bilo niet voor het bewijs had mogen worden gebruikt, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.
niet-accidenteel trauma’en niet zijn veroorzaakt door een genetische aandoening óf een aangeboren afwijking veroorzaakt door het gebruik van paroxetine door de moeder van [slachtoffer] tijdens de zwangerschap. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.
derde middelklaagt over het bewezenverklaarde (voorwaardelijk) opzet aan de zijde van de verdachte, aangezien uit de bewijsvoering niet, althans niet zonder meer, kan worden afgeleid dat de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte, te weten het beetpakken en beethouden en (vervolgens) met kracht heen en weer schudden, de aanmerkelijke kans op het overlijden van [slachtoffer] oplevert.
“3. Opzet”uitgebreid gemotiveerd geoordeeld dat en waarom sprake is van voorwaardelijk opzet aan de zijde van de verdachte op de dood van [slachtoffer] . [7] Het hof heeft hiertoe voor zover relevant voor de beoordeling van het middel vastgesteld dat de verdachte [slachtoffer] tijdens het incident op 28 november 2012 heftig heen en weer heeft geschud. De kans dat een baby van enkele weken oud door heftig heen en weer schudden komt te overlijden, acht het hof naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk. Het is volgens het hof immers een feit van algemene bekendheid dat bij een baby van die leeftijd de schedel nog niet volgroeid en uitgehard is en dat als gevolg daarvan het hoofd bijzonder kwetsbaar is. Daarnaast is een baby überhaupt kwetsbaar en dient met de grootst mogelijke voorzichtigheid te worden behandeld. De bewezenverklaarde handelingen brengen naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans met zich mee dat een baby hierdoor zodanig letsel oploopt dat deze daaraan kan komen te overlijden, aldus het hof.