Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Procesgang
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 november 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een OM-cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd vrijgesproken van mensenhandel. De tenlastelegging was toegesneden op art. 273f Sr en bevatte meerdere sub-onderdelen die niet als cumulatief, maar als alternatieve gedragingen moesten worden uitgelegd.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld voor mensenhandel, maar het hof sprak hem vrij. Het OM stelde in hoger beroep een partiële intrekking voor, gericht op een deel van de tenlastelegging, met het argument dat sprake was van impliciet cumulatieve tenlastelegging en dat het hoger beroep daardoor beperkt kon worden volgens art. 407 lid 2 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de tenlastelegging niet als cumulatief kan worden opgevat en dat het hof deze uitleg terecht heeft gevolgd. Hierdoor is partiële intrekking van het hoger beroep niet mogelijk en moet het hoger beroep in zijn geheel worden behandeld. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van de verdachte wegens mensenhandel.