ECLI:NL:HR:2016:2705

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2016
Publicatiedatum
25 november 2016
Zaaknummer
15/03791
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in onrechtmatige daad en meningsuiting tv-uitzending

De zaak betreft een geschil tussen Pretium B.V. en Omroepvereniging BNN-VARA over de vraag of een aflevering van het tv-programma 'Kassa' onrechtmatig jegens Pretium was. De rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam hebben eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het oordeel van de rechtbank bevestigde.

Pretium stelde dat de uitzending onrechtmatig was en vorderde schadevergoeding. Het hof verwierp deze vorderingen. Pretium stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overweegt dat de klachten van Pretium niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Pretium tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente indien niet tijdig voldaan.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Pretium wordt verworpen en Pretium wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

25 november 2016
Eerste Kamer
15/03791
EV/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PRETIUM B.V., voorheen Pretium Telecom B.V.,
gevestigd te Haarlem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
t e g e n
OMROEPVERENIGING BNN-VARA, voorheen Omroepvereniging VARA,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Pretium en Vara.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/538301/HA ZA 13-316 van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2013 en 20 november 2013;
b. het arrest in de zaak 200.144.473/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 april 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Pretium beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Vara heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarbij zij heeft gevorderd dat de toe te wijzen proceskostenvergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest van de Hoge Raad.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Vara mede door mr. S.W. van Kasbergen. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Pretium in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vara begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Pretium deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
25 november 2016.