Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
6 december 2016.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2015. Namens verdachte heeft de advocaat een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat dit niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof in stand gelaten. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 6 december 2016.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens gebrek aan relevante rechtsvragen.