Conclusie
Voorwaardelijk verzoek
Het standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van witwassen en het zonder vergunning uitoefenen van betaaldienstverlening, met een gevangenisstraf van dertig maanden en inbeslagname van €20.000.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende bewijs bestond dat de verdachte de gebruiker was van de telefoonnummers die als bewijs dienden, en verzocht voorwaardelijk om een stemvergelijkend onderzoek om de stem op de tapgesprekken wetenschappelijk te laten vergelijken.
Het hof oordeelde dat stemherkenning door een tolk behoedzaam moet worden gebruikt, maar dat dit bewijs in samenhang met andere feiten en omstandigheden voldoende was om de verdachte als gebruiker van de telefoonnummers aan te merken. Het hof wees het verzoek tot een wetenschappelijk stemvergelijkend onderzoek af.
De Hoge Raad concludeert dat het hof het verzoek tot stemherkenning adequaat heeft beoordeeld en dat het gebruik van stemherkenning door een tolk niet zonder meer kan worden uitgesloten als bewijsmiddel. Het cassatiemiddel faalt en het arrest wordt bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en wijst het verzoek tot wetenschappelijk stemvergelijkend onderzoek af.