Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
13 december 2016.
Hoge Raad
De verdachte werd vervolgd voor het bezit van meer dan 30 gram hennep, waarbij in zijn woning 4,1 kilogram hennepresten werden aangetroffen. Het Hof Amsterdam verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk en verwierp het verweer dat sprake was van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik, omdat de hoeveelheid hennep te groot was en niet ter zake deed van hoeveel planten de hennep afkomstig was.
De Hoge Raad oordeelde dat de Aanwijzing Opiumwet van 2 november 2000 aldus moet worden uitgelegd dat de teelt van niet meer dan vijf hennepplanten met een politiesepot wordt afgedaan, ongeacht de hoeveelheid hennep die daaruit voortkomt. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat de hoeveelheid hennep leidend was en niet het aantal planten.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam voor zover het betrekking had op dit punt en wees de zaak terug voor hernieuwde berechting. De Hoge Raad volgde daarmee de conclusie van de Advocaat-Generaal en benadrukte dat het OM ontvankelijk moet worden verklaard tenzij bijzondere omstandigheden worden gesteld.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.