Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:664

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2016
Publicatiedatum
15 april 2016
Zaaknummer
15/00426
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:94 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over matiging boetebeding en grenzen rechtsstrijd

In deze zaak stond de matiging van een boetebeding centraal, waarbij eiser cassatie instelde tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof de uitleg en toepassing van artikel 6:94 BW Pro met betrekking tot de matiging van boetebedingen en de grenzen van de rechtsstrijd.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het hof Amsterdam, waarin het boetebeding werd beoordeeld. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de Hoge Raad het beroep eveneens verwierp zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot, voorzitter was vice-president E.J. Numann.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

15 april 2016
Eerste Kamer
15/00426
RM/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
SBS BROADCASTING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en SBS.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/528671 / HA ZA 12-1280 van de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2013 en 24 april 2013;
b. het arrest in de zaak 200.128.991/01 HA ZA 12-1280 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
SBS heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor SBS toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 5 februari 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SBS begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
15 april 2016.