Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 januari 2017.
Hoge Raad
Betrokkene verbleef op grond van een machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis en verzocht om ontslag, dat door de geneesheer-directeur werd afgewezen. Vervolgens verzocht betrokkene de officier van justitie om een rechterlijke beslissing over het ontslagverzoek. De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek en wees het ontslag, het voorwaardelijk ontslag en het verzoek om contra-expertise af.
De rechtbank oordeelde dat een contra-expertise alleen nodig is bij twijfel over de aanwezigheid van een geestesstoornis, terwijl de aanwezige medisch specialisten de stoornis bevestigden. Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank art. 48 lid 1 Wet Pro Bopz onjuist had toegepast, omdat de rechter ook onderzoek kan bevelen naar het gevaar dat de stoornis veroorzaakt en of dit gevaar buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
De Hoge Raad stelde betrokkene in het gelijk, vernietigde de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de juiste toepassing van de wettelijke bepalingen moet worden gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.