Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 juni 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond een verdachte terecht wegens poging tot zware mishandeling na een verkeersruzie waarbij hij met zijn auto op een fietser was ingereden, waardoor de fietser viel maar geen letsel opliep.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het bewijs voor voorwaardelijk opzet onvoldoende was. Het hof had echter geoordeeld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans had aanvaard dat de fietser zwaar lichamelijk letsel zou oplopen.
De Hoge Raad bevestigt dat dit oordeel niet onbegrijpelijk is, mede gezien het feit dat het hier gaat om een gemotoriseerde verkeersdeelnemer die bewust met zijn auto op een fietser inreed. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Het arrest is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 20 juni 2017 en betreft een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2015. De Advocaat-Generaal had eveneens geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot zware mishandeling met voorwaardelijk opzet.