ECLI:NL:HR:2017:1315

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
11 juli 2017
Zaaknummer
15/05791
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.1.a SrArt. 81.1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt opzetheling telefoon uit misdrijf ondanks vaag verweer verdachte

In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte opzettelijk een telefoon heeft geheeld waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze uit een misdrijf afkomstig was. Het hof had vastgesteld dat verdachte vaag was over de locatie en verkoper van de telefoon, dat de aankoopprijs aanzienlijk lager lag dan de dagwaarde en dat verdachte geen openheid van zaken wilde geven over de herkomst.

Het hof oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de telefoon uit een misdrijf afkomstig was. Tegen dit oordeel stelde verdachte cassatieberoep in, stellende dat hij niet wist dat de telefoon van een misdrijf afkomstig was.

De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, RO, was nadere motivering niet vereist. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

De uitspraak benadrukt het belang van de feitelijke vaststellingen van het hof en de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van feiten en bewijswaardering in strafzaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd; verdachte is veroordeeld voor opzetheling van een telefoon.

Uitspraak

11 juli 2017
Strafkamer
nr. S 15/05791
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 december 2015, nummer 23/003896-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.G.C. Groenendaal, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juli 2017.