Uitspraak
[X]te
[Z], Frankrijk (hierna: belanghebbende), en de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de Inspecteur), waarin de
Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant(hierna: de Rechtbank) bij uitspraak van 9 maart 2017, nr. BRE 16/3350, op de voet van artikel 27ga van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vragen aan de Hoge Raad heeft voorgelegd ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing. De uitspraak van de Rechtbank is aan deze beslissing gehecht.