ECLI:NL:HR:2009:BC4725
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat Nederland geen belasting mag heffen over afkoop lijfrente volgens Verdrag Nederland-België
Belanghebbende, die in 1996 naar België is verhuisd, kocht in 2002 een lijfrente af die was opgebouwd in Nederland. De Nederlandse belastingdienst corrigeerde het belastbare inkomen over 2002 met een bedrag gerelateerd aan de waarde van de lijfrenteaanspraak, ondanks het belastingverdrag met België dat exclusieve heffing door België toestaat.
Het Hof vernietigde de aanslag en oordeelde dat de Nederlandse heffing in strijd was met het belastingverdrag Nederland-België uit 1970. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in, maar de Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof.
De Hoge Raad overwoog dat de Nederlandse wetgeving die de waarde van de lijfrenteaanspraak bij afkoop tot het inkomen rekent, niet mag leiden tot dubbele heffing en daarmee het verdrag niet mag ondermijnen. Ook het argument dat België een vergelijkbare regeling heeft ingevoerd, doet hieraan niet af.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Daarmee blijft het Hofarrest in stand dat Nederland geen belasting mag heffen over de afkoop van de lijfrente van een in België woonachtige belastingplichtige.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat Nederland geen belasting mag heffen over de afkoop van de lijfrente van een inwoner van België.