Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
14 februari 2017.
Hoge Raad
De verdachte, tijdelijk directeur van een NV waarvan de gemeente Nijmegen enig aandeelhouder was, werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor passieve ambtelijke omkoping omdat hij een geldbedrag had gevraagd om iets te doen in zijn bediening zonder daarmee in strijd met zijn plicht te handelen.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist dat hij als tijdelijk directeur ambtenaar was en beriep zich op afwezigheid van alle schuld (avas) vanwege verontschuldigbare onbewustheid omtrent zijn ambtenarenstatus. Het Hof verwierp dit verweer omdat het bestanddeel 'ambtenaar' in art. 362 Sr Pro geobjectiveerd is en geen opzet of schuld ten aanzien daarvan vereist is.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het bestanddeel 'ambtenaar' geobjectiveerd is, het beroep op avas niet is uitgesloten en dat het Hof had moeten motiveren waarom het beroep op avas werd verworpen. Omdat het Hof dit naliet, vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van het beroep op avas.
De Hoge Raad verwierp verder de overige middelen en bepaalde dat de strafbaarverklaring en strafoplegging moesten worden herzien. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 14 februari 2017.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam wegens onvoldoende motivering op beroep avas en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.