Conclusie
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend dan wel onbegrijpelijk gemotiveerd, heeft geoordeeld dat sprake is van ‘een krachtens de wet gelegd beslag’ als bedoeld in art. 198 lid 1 Sr Pro.
Bew.: dit besluit is ingetrokken bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008–1137M.)
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend dan wel onbegrijpelijk gemotiveerd, heeft geoordeeld dat het bewezenverklaarde deel van het machinepark/de inventaris in de in art. 198 Sr Pro bedoelde zin is ‘onttrokken’ aan het beslag.
beslagenzaak (het zgn. zaaksgevolg), waarbij zolang de zaak niet van de plaats wordt gehaald er geen sprake is van een onttrekkingshandeling.
die ertoe strektde uitoefening van dit verhaalsrecht te beletten. [29] Ook dan is er meer nodig dan alleen de beschikkingshandeling met betrekking tot een beslagen goed. Van dat meerdere is sprake als de beslagene eigenmachtig een roerende zaak waarop beslag ligt verkoopt en levert aan een derde, zonder hem (of de beslaglegger) in kennis te stellen van het bestaan van het beslag, en de zaak vervolgens ook in handen van die derde stelt. Die handeling ondermijnt het gelegde beslag omdat daardoor de mogelijkheid ontstaat dat de beslaglegger geen verhaal meer heeft op de beslagen zaak als de verkrijger te goeder trouw is. In een dergelijk geval is er sprake van onttrekking aan het beslag, zonder dat de strafrechter hoeft vast te stellen of de derde al dan te goeder trouw blijkt te zijn.
derdemiddel behelst de klacht dat het hof het namens de verdachte gedane beroep op afwezigheid van alle schuld, onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen.
vierdemiddel bevat de klacht dat de inzendtermijn in cassatie overschreden is.