ECLI:NL:PHR:2018:415

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
30 april 2018
Zaaknummer
18/01038
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c lid 1 RvArt. 407 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken advocaat bij Hoge Raad

Eiser heeft op 12 maart 2018 een cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan Enexis B.V. De procesinleiding was echter ondertekend door een advocaat die niet bij de Hoge Raad is geregistreerd.

De griffie van de Hoge Raad heeft eiser per brief geïnformeerd over dit verzuim en hem de mogelijkheid geboden dit te herstellen door binnen twee weken een procesinleiding te laten indienen door een bevoegde advocaat. Deze herstelmogelijkheid is gebaseerd op vaste rechtspraak van de Hoge Raad.

Eiser heeft deze herstelmogelijkheid niet benut en heeft geen procesinleiding ingediend die voldoet aan de vereisten van artikel 407 lid 3 Rv Pro. Hierdoor is niet voldaan aan de formele voorwaarden voor ontvankelijkheid in cassatie, wat leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken advocaat bij Hoge Raad en niet tijdig herstel verzuim.

Conclusie

18/01038
mr. G.R.B. van Peursem
20 april 2018
Conclusie inzake:

[eiser]

eiser tot cassatie,
(hierna: [eiser] ),
tegen

Enexis B.V.,

verweerster in cassatie,
(hierna: Enexis).
1. [eiser] heeft bij een op 12 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen procesinleiding met het opschrift “cassatiedagvaarding” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof ‘s-Hertogenbosch van 12 december 2017 met zaaknummer 200.191.564/01 [1] . In dit arrest is bekrachtigd het bij verstek gewezen arrest van hetzelfde hof van 22 maart 2016, waarbij het hof het vonnis waarvan beroep [2] heeft vernietigd en [eiser] heeft veroordeeld tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 7.035,65, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
2 De procesinleiding is ingediend en ondertekend door mr. M.M. van der Marel, die geen advocaat bij de Hoge Raad is.
3 Bij brief van 13 maart 2018 is [eiser] door de griffie van de Hoge Raad onder meer bericht dat de procesinleiding niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog dezelfde procesinleiding getekend indient binnen twee weken na de datum waarop de procesinleiding door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 26 maart 2018) [3] .
4 Tot op heden is door [eiser] geen procesinleiding ingediend die is ondertekend door een cassatieadvocaat. Zodoende is dit verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv Pro, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.
5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Advocaat-Generaal

Voetnoten

1.ECLI:NL:GHSHE:2017:5474. Zie ECLI:NL:GHSHE:2016:4862 voor het tussenarrest van 1 november 2016.
2.Vonnis kantonrechter rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 19 juni 2014 met zaaknummer 887699.
3.Vaste rechtspraak dat dit de hersteloptie is: HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, RvdW 2017/311, HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:931, RvdW 2017/592, HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2557, RvdW 2017/1066 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2558, RvdW 2017/1065.