Uitspraak
wonende te [woonplaats] , respectievelijk [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
mr. J.W. de Jong,
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
NLG 828.778,16, waarna het gevorderde bedrag resteert.
€ 384.859,39 (NLG 848.118,88) in hoofdsom te betalen. Het heeft de vorderingen van [eisers] afgewezen.
(vgl. HR 4 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8166, NJ 2007/274). Het oordeel van het hof getuigt dus van een onjuiste rechtsopvatting.
4.Beslissing
6 oktober 2017.