Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
10 oktober 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens mishandeling van zijn echtgenoot op 25 april 2015. Het hof verwierp het beroep op noodweer omdat de verdachte zich volgens het hof tijdens de ruzie had kunnen terugtrekken door weg te gaan en de deur van de keuken te sluiten.
De Hoge Raad herhaalt de relevante criteria uit eerdere rechtspraak omtrent noodweer, met name het belang van het onttrekkingsvereiste. Dit houdt in dat het hof niet alleen moet beoordelen of de verdediging noodzakelijk was, maar ook of het van de verdachte kon worden gevergd zich aan de aanranding te onttrekken.
Omdat het hof dit laatste niet expliciet heeft betrokken in zijn motivering, acht de Hoge Raad het oordeel onvoldoende gemotiveerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
De zaak betreft een complexe afweging van noodweer, waarbij de omstandigheden waaronder de verdachte handelde nader moeten worden onderzocht, met inachtneming van de subsidiariteits- en proportionaliteitseisen zoals geformuleerd in eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het onttrekkingsvereiste bij noodweer en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.