ECLI:NL:HR:2017:2625

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2017
Publicatiedatum
13 oktober 2017
Zaaknummer
16/05211
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in beroepsaansprakelijkheidszaak arts uit Curaçao

De zaak betreft een cassatieberoep van verzoeker tegen het vonnis van het hof van 26 juli 2016 in een beroepsaansprakelijkheidszaak tegen een arts uit Curaçao. De procedure in feitelijke instanties omvatte meerdere vonnissen van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Verweerster, de arts, heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van verzoeker heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding in cassatie, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van verweerster. Het arrest is gewezen door de raadsheren Snijders, Polak, Kroeze en uitgesproken door Tanja-van den Broek op 13 oktober 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoeker wordt in de kosten veroordeeld.

Uitspraak

13 oktober 2017
Eerste Kamer
16/05211
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende in Curaçao,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerster],
wonende in Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak AR-66035/13 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 24 november 2014 en 26 januari 2015;
b. de vonnissen in de zaak AR 66035/13 - H 245/15 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 24 november 2015, 5 april 2016 en 26 juli 2016.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof van 26 juli 2016 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 22 september 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
13 oktober 2017.