ECLI:NL:HR:2017:937

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2017
Publicatiedatum
19 mei 2017
Zaaknummer
16/00984
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:453 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in aansprakelijkheidszaak ziekenhuis Curaçao

De zaak betreft een geschil over de aansprakelijkheid van Stichting Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos) wegens vermeend onzorgvuldig handelen. Verzoeker, woonachtig te Curaçao, had beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit hof had eerder het beroep van verzoeker afgewezen.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao en het hof. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van verzoeker heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Tanja-van den Broek en in het openbaar uitgesproken door De Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

19 mei 2017
Eerste Kamer
16/00984
LZ/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te Curaçao,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
STICHTING SINT ELISABETH HOSPITAAL,
gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Sehos.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak AR-66035/13 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 24 november 2014 en 26 januari 2015;
b. het vonnis in de zaak AR 66035/13 - H245/15 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 24 november 2015.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Sehos heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 7 april 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sehos begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
19 mei 2017.