Belanghebbende heeft bij het gerechtshof Den Haag hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam.
Na de uitspraak van het hof heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, waarbij meerdere klachten zijn aangevoerd tegen de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.