Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 december 2021 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Stavaza: belastingrente
Geschil20. Allereerst is in geschil of eiser een bedrag van € 60.000 ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden kan brengen. Meer specifiek is in geschil of sprake is van een onzakelijke borgstelling en of de afwaardering van de hieruit ontstane regresvordering daarom niet ten laste van het resultaat kan worden gebracht. Ten tweede is in geschil of de beschikking belastingrente overeenkomstig de wettelijke bepalingen en niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is opgelegd.
‘Een bijzondere omstandigheid[…]
doet zich voor indien tussen een schuldeiser en een schuldenaar sprake is van een zakelijke relatie die ook bij afwezigheid van een concernrelatie voor die schuldeiser van voldoende gewicht zou zijn geweest om een lening onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden te verstrekken en het daardoor belopen debiteurenrisico te aanvaarden.’
.De veronderstelling van eiser dat de dwangsombeschikking bij uitspraak op bezwaar zou worden genomen kan niet aan dat oordeel afdoen. Het vorenstaande leidt dus tot het oordeel dat eiser geen recht heeft op een dwangsom in verband met niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 1.500, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak tot het tijdstip van voldoening;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 748, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak tot het tijdstip van voldoening;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden tot een bedrag van € 48, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak tot het tijdstip van voldoening.