Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
31 oktober 2017.
Hoge Raad
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor zware mishandeling door tijdens een caféruzie een glas in het gezicht van een ander te gooien. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad beoordeelde de middelen van cassatie, waaronder bezwaren tegen de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit als zware mishandeling en tegen de vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit.
De Hoge Raad constateerde dat het hof kennelijk een verschrijving had gemaakt in de aanduiding van het bewezenverklaarde feit en de toepasselijke wetsartikelen, maar oordeelde dat dit geen reden was om het cassatieberoep te volgen. De middelen konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 31 oktober 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling.