Conclusie
3.Het eerste middel
Bewezenverklaring
4.Het tweede middel
Benadeelde partij
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens zware mishandeling, nadat hij tijdens een caféruzie een glas in het gezicht van het slachtoffer gooide, waardoor ernstig letsel ontstond. Het hof kende een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf toe, en stelde de verdachte aansprakelijk voor materiële en immateriële schade van het slachtoffer.
In cassatie werd betoogd dat het hof het bewezenverklaarde feit onjuist had gekwalificeerd, omdat het primair ten laste gelegde feit van zware mishandeling en poging daartoe niet bewezen zou zijn, maar slechts eenvoudige mishandeling. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof bij kennelijke verschrijving het bewezenverklaarde feit onjuist aanduidde, maar dat uit de motivering duidelijk blijkt dat het hof wilde veroordelen voor zware mishandeling zoals primair ten laste gelegd.
Daarnaast werd aangevoerd dat het hof de schadevordering van het slachtoffer onjuist had toegewezen zonder voldoende motivering. De Hoge Raad stelde vast dat het hof de schadevordering voldoende had gemotiveerd en dat de verdediging de hoogte van de materiële schade onvoldoende had weersproken. Ook de immateriële schadevergoeding werd als passend beoordeeld gezien de ernst van het letsel.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof, inclusief de strafoplegging en de toegewezen schadevergoeding van €5.957,60.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige kwalificatie van het bewezenverklaarde feit en bevestigt de mogelijkheid voor slachtoffers om in het strafproces schadevergoeding te vorderen, mits voldoende verband en onderbouwing aanwezig zijn.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor zware mishandeling en toewijzing van schadevergoeding van €5.957,60.