Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Den Haag,
1.Het geding
2.Het geding in cassatie
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
10 november 2017.
Hoge Raad
In deze zaak staat een executiegeschil centraal voortvloeiend uit een eerdere veroordeling van de belastingplichtige tot het verstrekken van inlichtingen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van lagere instanties en bevestigt het oordeel van het gerechtshof Den Haag. Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen omdat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De procedure omvatte een vonnis van de voorzieningenrechter en twee arresten van het gerechtshof, waarop de Hoge Raad zich baseert. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad veroordeelt eiser tevens in de kosten van het geding.
De uitspraak benadrukt de rol van het hof als executie- en dwangsomrechter en bevestigt de rechtmatigheid van het verzoek tot het verstrekken van inlichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Hiermee wordt de positie van de Belastingdienst in executiegeschillen versterkt en wordt het belang van tijdige en volledige informatieverstrekking door belastingplichtigen onderstreept.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.