Uitspraak
[X]te
[Z] , Duitsland(hierna: belanghebbende), en de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de Inspecteur), waarin de
Rechtbank Zeeland-West-Brabant(hierna: de Rechtbank) bij uitspraak van 1 augustus 2016, nrs. BRE 12/29, 12/30 en 12/152 tot en met 12/154, op de voet van artikel 27ga van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vragen aan de Hoge Raad heeft voorgelegd ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing. De uitspraak van de Rechtbank is aan deze beslissing gehecht.
1.De Nederlandse prejudiciële procedure
2.Het procesverloop bij de Hoge Raad
3.De procedure voor de Rechtbank
Stb.1964, 425) of verdragen ter vermijding van dubbele belasting verrekenbaar zou zijn met de inkomstenbelasting.