Uitspraak
beide gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 maart 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een relatiebeding opgenomen in een personeelsreglement deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst tussen eiseressen en verweerder. Verweerder had een arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding, maar tekende niet de nieuwe overeenkomst met een dergelijk beding. Het personeelsreglement uit 2002 bevatte een relatiebeding waarop eiseressen zich baseerden.
De kantonrechter kende een boete toe wegens schending van het relatiebeding, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat het personeelsreglement niet schriftelijk in samenhang met de arbeidsovereenkomst was overeengekomen, en verweerder niet uitdrukkelijk had ingestemd met het beding.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwees naar zijn eerdere arrest van 2008, waarin werd bepaald dat een concurrentie- of relatiebeding slechts schriftelijk is overeengekomen indien het beding als bijlage bij de arbeidsovereenkomst is gevoegd of de werknemer uitdrukkelijk instemt. De Hoge Raad verwierp het beroep van eiseressen en veroordeelde hen in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het relatiebeding niet rechtsgeldig is overeengekomen.