ECLI:NL:HR:2017:410

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2017
Publicatiedatum
10 maart 2017
Zaaknummer
16/01087
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:74 BWArt. 6:162 BW
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatieberoep inzake weigering integriteitsverklaring werknemer

In deze zaak stond de vraag centraal of de weigering van ABN AMRO om een integriteitsverklaring af te geven aan de werknemer onrechtmatig was. De werknemer had tegen eerdere arresten van het gerechtshof Amsterdam en Den Haag beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwees naar deze arresten en de eerdere cassatie-uitspraak van 2 mei 2014.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de werknemer voor het beroep tegen het arrest van het hof Amsterdam en tot verwerping van het beroep tegen het arrest van het hof Den Haag. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad motiveerde dat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat nadere motivering achterwege kon blijven. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.

Hiermee werd bevestigd dat de weigering van de integriteitsverklaring door ABN AMRO niet onrechtmatig was, en dat de eerdere uitspraken van de hoven stand hielden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en de weigering van de integriteitsverklaring door ABN AMRO wordt bevestigd.

Uitspraak

10 maart 2017
Eerste Kamer
16/01087
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABN AMRO.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 106.006.035/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2008;
b. het arrest in de zaak 13/02964, ECLI:NL:HR:2014:1056 van de Hoge Raad van 2 mei 2014;
b. het arrest in de zaak 200.150.834/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 september 2015.
De arresten van de hoven zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2008 en het arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 september 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep voor zover dat zich richt tegen het arrest van het hof Amsterdam van 7 oktober 2008 en verwerping van het cassatieberoep van [eiser] voor zover dat zich richt tegen het arrest van het hof Den Haag van 15 september 2015.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 2 februari 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 maart 2017.